
Samenwerken
Over de kracht van met vakgenoten het verschil maken.
Samen komen we nét dat stukje verder dichterbij.
In de jaren dat ik werkzaam ben als afscheidsplanner en uitvaartbegeleider heb ik veel mooie, ontroerende en ook grappige gebeurtenissen meegemaakt. Een aantal van deze deel ik hier graag.

Enkele uren nadat zijn oudste kleinzoon van 17 het rijbewijs haalde en opa dat nieuws met twinkelende ogen had vernomen, sloot hij voorgoed zijn ogen. Op de dag van de uitvaart neemt de kleinzoon plaats voor in de rouwauto naast de chauffeur om opa te begeleiden naar de begraafplaats. Zelf de rouwauto besturen is verzekeringstechnisch een risico en mag niet. Ik rij met mijn eigen auto vooruit naar het woonhuis om er nog één keer langs te gaan met de stoet. Voor de rouwauto uitlopend tot aan het woonhuis en daar stop ik voor een moment.
In de stilte gaan beide portieren van de rouwauto open, stappen kleinzoon en chauffeur uit en wisselen zonder woorden van plaats. Kleinzoon start opnieuw de motor en ik loop voor de auto de straat uit met tranen in mijn ogen en een jubelend hart.

Rouwautochauffeur Martien
Meneer was een sportliefhebber; absoluut en uitgesproken géén muziekliefhebber. De familie voelt zich enorm uitgedaagd in het maken van een keuze voor muziek voor zijn uitvaart en vragen mij om advies. Bij een ceremonie geheel zonder muziek voelen zij zich ongemakkelijk… Er is zoveel muziek om (niet) uit te kiezen. Ik bel de muziekstudio van het crematorium en bespreek de situatie. Aan mijn collega vertel ik over meneers liefde voor tennis, de golfsport en het volgen van de Tour de France.
In de aula zijn er na mijn welkomstwoord rake toespraken van de kinderen en de echtgenote. Bij het laatste afscheid klinkt: ‘Buenas Noches Mi Amor’ van Dalida… Het lied waar het Tour de France-programma ‘De Avondetappe’ vaak mee afsloot. Een schot in de roos.

Aula- en muziekstudiomedewerker Dave
Voor de uitvaart van een jonge man bezoek ik zijn boerderij. Zijn uitvaartwensen zijn eenvoudig en duidelijk, het verdriet is enorm. Ik spreek met de echtgenote, haar zus en zijn ouders. De zoon van 12 zit verderop in de kamer, met de rug naar ons toegekeerd en straalt in alles uit vooral niet betrokken te willen worden. Ik laat hem, toch blijf mij zeer bewust van zijn aanwezigheid. Het enige wat niet staat beschreven, is of er bloemen zijn gewenst. De echtgenote dubt besluiteloos tussen rozen of chrysanten en ik voel een opening: ik vraag aan de zoon of hij wellicht weet wat papa hierover zou zeggen. “Pap vond bloemen uit de winkel stom. Hij hield van kuilgras, van hooi en van stro. Van de klaver in de wei, van paardenbloemen en bramenstruiken… Hij hield van alles hier rond de boerderij.” Hij roept het met gebalde vuisten en een snik in zijn stem.
Ik zeg hem zacht: “Moeten we het dan niet dáár gaan vinden?” Hij knikt. Ik bel met de bloemist voor een afspraak de dag erna op het erf. De dag van de uitvaart staat de kist op de kar achter de tractor. Erop prijkt een enorm kunstwerk van grassen, stro, takken en weidebloemen; gemaakt door de zoon zelf met alles wat er op en rond zijn vaders geliefde boerderij te vinden was. En tijdens het verzamelen van de materialen kon de zoon honderduit vertellen over zijn papa.

Bloemist Ronald
In de serre staat het ziekenhuisbed met daarin mevrouw. Na maanden van bedlegerigheid is zij vanmiddag overleden. De kist is gekozen en onderweg naar het woonhuis. Ik bespreek in de tussentijd de overige wensen. Wanneer de dochter het blauwe mantelpakje klaarlegt voor haar moeder, hoor ik haar zachtjes in zichzelf zeggen: mama had er een hekel aan om op haar rug te moeten liggen… Ze herhaalt die woorden als mijn collega’s voor de verzorging binnenkomen met de kist en de koelmaterialen. Nee, ze willen er niet bij zijn als mevrouw wordt verzorgd “Doen jullie maar wat nodig is”. Ik loop even naar het verzorgingsteam voor overleg. We kennen elkaar, enkele woorden zijn genoeg.
Als we na een klein half uur worden uitgenodigd om in de serre te komen kijken, ligt mevrouw in de kist… op haar zij. Een zucht van verwondering én opluchting, gevolgd door een enorme glimlach bij de dochter en echtgenoot.

Verzorgingsteam Gerard en Jeroen
Ruim een jaar na de uitvaart van moeder ben ik terug voor de uitvaart van vader. Haar uitvaart was op de kaart na helemaal naar wens geweest. Het formaat en de dikte van het papier was hen na levering tegengevallen. Vader had groene vingers en een groot deel van zijn leven op de moestuin doorgebracht. Een van zijn kleinzonen had in die geest dan ook bedacht dat een kaart gedrukt op geschept papier met bloemenzaadjes erin (zodat de kaart na het lezen ‘geplant’ kon worden en er bloemetjes ter nagedachtenis zouden opbloeien) uitermate passend zou zijn. Het bedoelde papier opsporen was een hele klus, het vinden van een drukkerij met de juiste machines om dit op korte termijn te verwerken tot een kaart een minstens zo grote uitdaging.
Binnen 24 uur was het papier gehaald in het oosten van het land, bedrukt, gesneden, ingevouwen en verzonden. Nog eens 24 uur later ontvingen de geadresseerden een unieke kaart die in het voorjaar in vele tuintjes tot bloei is gekomen.

Fred en Tjeerd van Zaansprint
Mevrouw overleed in het ziekenhuis. Alles is daar uit de kast getrokken om haar bij haar gezin te houden. Na de reanimatie hebben haar kinderen hun moeder alleen nog gezien met allemaal slangetjes, zo bleek als het ziekenhuisbeddengoed. Nauwelijks herkenbaar. En nu ze is overleden, zijn ze er dan ook van overtuigd dat de kist maar direct dicht moet. Een dag later kom ik de kaarten brengen en bespeur ik de twijfel. Er zijn een aantal broers en zussen die graag nog afscheid zouden willen nemen. Wat raadt ik hen aan? Ik vraag om een foto van hun moeder waarop het haar zit zoals ze het graag droeg en maak voor later die middag een afspraak bij het uitvaartcentrum. Voordat ik de familie daar tref, ontmoet ik er een vakvrouw met decennia aan ervaring in uitvaartbegeleiding én verzorging.
Ik laat haar handen hun werk doen met poeder, kwast, droogshampoo, krultang etc. en probeer tevergeefs haar kunst af te kijken. Wanneer de kinderen later aarzelend de kamer binnenstappen, slaan ze de handen voor de mond: “Hoe dan?! Dat is mama, ze is het weer…”

Uitvaartgoeroe Elly
Exact een jaar na het overlijden van meneer, overlijd mevrouw. Het is 22 december, vlak voor kerst. De melding van overlijden komt laat op de avond binnen bij de coördinator van dienst. Ik kom op verzoek pas op 24 december aan tafel om de uitvaart te bespreken omdat een dochter uit Canada overkomt. De laatste dagen van het jaar, waarin crematoria wegens feestdagen een weekenden beperkter open zijn en de postbezorging te wensen overlaat, zijn uitdagende tijden voor een uitvaartplanner. De familie zou graag, net als bij vader, de uitvaart laten plaatsvinden op 31 december en in de koffiekamer afsluiten met een oliebol. Immers, dat had zij het jaar daarvoor ook zo besloten voor haar man. Hoewel ik bij voorkeur uitga van het positieve, weet ik dat de feestdagen dit jaar ongunstiger vallen dan vorig jaar en dat de agenda bij het gewenste crematorium al erg vol staat. Ik bel de coördinator en leg mijn verzoek voor.
Haar reactie: “Ik heb direct na de melding al even gekeken in het dossier van vorig jaar en zag de gelijkenis met de data. Ik heb daarom op voorhand een reservering gemaakt bij hetzelfde crematorium. 31 december. Zelfde tijd. Willen ze er wederom oliebollen bij?”

Uitvaartbureaulist Els
Meer dan 250 foto’s van mooie herinneringen aan opa heeft de familie in de dagen na het overlijden verzameld voor een presentatie in de aula. Het blijkt een hele klus voor hen om ze te digitaliseren en bij te snijden en de tijd begint te dringen. Ze willen het goed doen en de vermoeidheid speelt parten. Ik schiet te hulp door voor te stellen dat wij de muziek en beeldpresentatie zullen aanleveren voor sluitingstijd van het crematorium. Dat aanbod wordt dankbaar aangenomen. Met een koptelefoon op zie ik mijn collega op kantoor met focus en vaardige vingers op de pc een film van de foto’s maken en deze timen met de gewenste muziek.
Na de toespraken van de kleinkinderen luisteren we naar ‘M’n opa’ van Hetty Blok en Leen Jongewaard. Precies getimed op de tekst, zien we de foto’s voorbij komen van opa met de snoeptrommel, opa in het restaurant, op het strand en niet te missen: opa als bok. De kleinkinderen kijken elkaar lachend door hun tranen aan.

Alleskunner Freek
Hartje zomer. ‘De mussen vallen dood van het dak’ (haar eigen quote voor de rouwkaart) en mevrouw laat het leven dat haar zo lief was, los. Ze was een échte ijsliefhebster. ’s Winters was ze te vinden op de schaatsbaan, in het voorjaar in de Oostenrijkse besneeuwde bergen en in de zomer nam ze smakelijk genoegen met ijs in een hoorntje. Voor haar uitvaart mocht ik dan ook een ijscoman regelen. Met vijf verschillende smaken roomrijs; voor ieder wat wils. De kar liet zich met enige moeite daags voor de uitvaart bezorgen op de locatie, de levering van het ijs en een ‘schepper’ m/v was gezien de zomerhitte en de vakantietijd een uitdaging. Met een te verwachtte groep belangstellenden van 150 personen, lukte het mijns inziens ook niet het ijs in mijn eentje uit te serveren.
Een oproepje binnen het team van gastdames bracht uitkomst. Samen hebben we die middag met plezier in de schaduw van de warme zomerzon meer dan 350 bolletjes ijs geschept. Bollen in alle kleuren van de regenboog.

Gastdame en cateringmedewerkster Chantal
‘Waterland’ is een bijzonder goed gekozen verzamelnaam voor o.a. Monnickendam, Ilpendam, Broek… “in Waterland”. Niet in de laatste plaats te herleiden aan het grondwaterpeil. Waar in veel gemeenten graven tot 3 diep gaan, is er in Waterland maar de mogelijkheid tot 2 diep wegens het hoge grondwater. En als de begrafenis dan plaatsvindt nadat het een hele nacht heeft geregend, dan tref je niet alleen een sompige begraafplaats aan maar ook glibberige loopplanken rond de graflift en… een graf vol water. Een niet heel prettig beeld, al helemaal niet wanneer er de wens is voor het laten dalen van de kist. Het betrof de uitvaart van een veehandelaar uit het dorp. Voorafgaand aan de begrafenis vond er een uitvaartmis in de dorpskerk plaats. Bij het woonhuis trof ik de dragers al en bespraken we de hevige regenval van die nacht. Ze hielpen me op pad naar de kerk en verdwenen toen enige tijd uit mijn zicht.
Bij aankomst op de begraafplaats werd mij al snel duidelijk waar zij zich intussen mee bezig hadden gehouden: in en rondom het graf was met zorg een grote baal stro uitgeschud waardoor het water niet langer zichtbaar was, er grip ontstond op de loopplanken en bovenal het stro symbool stond voor het vak van veehouder.

Dragers Jan, Willem, Ed en Piet
Een opbaring in de rouwkamer van een uitvaartcentrum. De zus van meneer zit in een rolstoel en komt op bezoek. Op haar schoot ligt een boeket wat ik van haar aanneem en in een vaas zet. Terwijl ik de bloemen neerzet, realiseer ik me dat zij vanuit haar rolstoel nauwelijks in de kist kan kijken. De kist staat namelijk op een schaarwagen met koelplaat en rok en is daarmee (standaard) te hoog vanuit het perspectief van een rolstoeler. Mijn collega vangt mijn blik en zegt hardop denkend: “Ja, ik zie het al: we hebben bier nodig!”.
Hij loopt de ruimte uit en komt terug met twee lege kratjes Amstel. Samen vervangen we de schaarwagen voor de kratjes waardoor de kist zo’n 30 cm lager komt te staan en de zus de handen van haar broer kan vastpakken. Ze kijkt ons lachend aan en zegt dan: M’n broer hield meer van Heineken…

Postmortale verzorger Friso
Het is er een uit de oude doos maar mag hier niet ontbreken. Het is december 2011, er ligt een dun laagje sneeuw. Ik ben dan 7 maanden zwanger van mijn jongste zoon en ben tonnetje rond. We naderden de begraafplaats. Achter de rouwauto een stoet van 4 volgauto’s. Bij de poort stopt de rouwauto en wachten zes dragers en de voorloper mij op. Galant als ze zijn, helpen ze mij uitstappen. De dragers lopen naast de auto, de voorloper en ik voor de auto uit. We lopen langzaam want dat hoort en bovendien is het hier en daar glad. Aan weerszijden van het pad staan mensen in een erehaag de stoet in de kou op te wachten. Ik voel hoe mijn panty zakt en denk nog: die moet ik straks in de aula maar weer even over de buik trekken. Twee stappen verder voel ik iets rondom mijn enkels. Wat blijkt? Het was niet de panty die zakte… in de sneeuw, rondom mijn voeten ligt mijn rok. De stoet komt tot stilstand. Bukken gaat mij in dit stadium al niet goed af en de situatie nodigt ook niet erg uit tot bukken.
De voorloper laat geruisloos de dragers in gelid naar voren stappen zodat zij rondom mij komen te staan, raapt rustig mijn rok van de grond en helpt mij er weer in alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Een week later kreeg ik bretels als kerstcadeau.

